Kort antwoord: Zoek je gitaar liedjes akkoorden om mee te spelen? Dan heb je naast de grepen drie dingen nodig: een akkoordenschema boven de songtekst kunnen lezen, op de maat van akkoord wisselen en een eenvoudig aanslagpatroon. Met een capo pas je de toonhoogte aan je stem aan. Begin met een liedje van drie of vier akkoorden.
Hoe je de losse grepen neerzet, staat in de gids gitaarakkoorden voor beginners. Liedjes om mee te beginnen vind je in de gids makkelijke gitaarliedjes. Op deze pagina lees je hoe je die akkoorden gebruikt om een liedje te begeleiden, met of zonder zang.
Wat heb je nodig om een liedje te begeleiden?
Om een liedje te begeleiden heb je drie of vier akkoorden, een vast ritme en een akkoordenschema nodig. De meeste beginnersliedjes gebruiken alleen open akkoorden. Dit zijn de belangrijkste, in tabnotatie van de lage E-snaar naar de hoge e-snaar (x = niet aanslaan, 0 = open snaar):
| Akkoord | Notatie | Akkoord | Notatie |
|---|---|---|---|
| E | 022100 | Em | 022000 |
| A | x02220 | Am | x02210 |
| D | xx0232 | C | x32010 |
| G | 320003 | Fmaj7 | xx3210 |
Akkoorden komen in liedjes in vaste groepjes voor. Ken je zo’n groepje, dan kun je meteen veel nummers spelen:
| Toonsoort | Akkoorden die vaak samen voorkomen | Tip |
|---|---|---|
| G | G, C, D, Em | De makkelijkste groep om mee te beginnen |
| C | C, F, G, Am | F is een barréakkoord; Fmaj7 is een makkelijke vervanger in veel popliedjes |
| D | D, G, A, Bm | Bm is een barréakkoord; oefen eerst D, G en A |
| A | A, D, E, F#m | Veel gebruikt in rock en blues |
Een bekend voorbeeld is Let It Be van The Beatles, dat grotendeels om C, G, Am en F draait. Meer nummers van de band vind je in Beatles-liedjes op gitaar. Waarom juist deze akkoorden samen goed klinken, lees je in welke gitaarakkoorden bij elkaar passen.
Een akkoordenschema boven een songtekst lezen
In een akkoordenschema staat de naam van het akkoord boven de lettergreep waarop je wisselt. Je speelt dat akkoord door tot er een nieuw akkoord boven de tekst staat. Een voorbeeld met een zelfgeschreven regel:
G C Ik fiets naar huis in de regen D G en zing een liedje voor mezelf
Je begint met G, wisselt naar C op het woord “in”, naar D aan het begin van de tweede regel en terug naar G op “liedje”. Zo lees je zo’n schema:
- Wisselen op de lettergreep: het akkoord begint precies op de lettergreep eronder. Dat is meestal de eerste tel van een maat.
- Geen nieuw akkoord, geen wissel: je blijft hetzelfde akkoord spelen, ook over meerdere regels.
- Labels en herhalingen: intro, couplet, refrein en “2x” laten zien hoe het liedje is opgebouwd.
- Akkoorden met een schuine streep: bij G/B speelt de bas een B. Ken je die greep nog niet, speel dan gewoon G.
Zonder tekst wordt een liedje vaak als maatschema genoteerd: | G . . . | C . . . | D . . . | G . . . |. Elke streep is een nieuwe maat en elke punt een tel. Hoe je zelf zo’n schema maakt, lees je in akkoordenschema’s maken voor eigen liedjes.
Akkoorden in een liedje herkennen
Staan de akkoorden nergens, dan kun je ze vaak zelf vinden: de meeste liedjes gebruiken de akkoorden van één toonsoort. Zo pak je dat aan:
- Zoek de grondtoon. Neurie de laatste toon van het liedje en zoek die noot op de lage snaren. Dat is meestal de toonsoort.
- Probeer het groepje van die toonsoort. Staat het liedje in G, probeer dan eerst G, C, D en Em uit de tabel hierboven.
- Luister naar de bas. De baslijn verandert vaak precies op het moment dat het akkoord wisselt.
- Kies majeur of mineur. Klinkt een stuk vrolijk, probeer dan het majeurakkoord. Klinkt het droevig, probeer de mineurversie.
- Controleer met een akkoordensite. Vergelijk je vondst met een schema online, maar vertrouw op je oor: niet elke versie klopt.
Een goede oefening is meespelen met de radio of een playlist: zoek bij elk nummer eerst het eerste akkoord. Hoe dat werkt, lees je in meespelen met liedjes op de radio. Wil je begrijpen waarom akkoorden in een vaste volgorde terugkomen, lees dan over akkoordprogressies.
Op de maat wisselen met een eenvoudig aanslagpatroon
Wissel van akkoord op de eerste tel van de maat en houd je aanslaghand daarbij in beweging. Laat je hand als een slinger op en neer gaan: naar beneden op de tel, omhoog op het “en” ertussen, ook als je de snaren niet raakt. Zo blijf je vanzelf in de maat.
Bouw het aanslagpatroon in drie stappen op:
| Stap | Patroon | Tellen | Past bij |
|---|---|---|---|
| 1 | Vier keer neer | 1, 2, 3, 4 | Je eerste liedjes en lastige wissels |
| 2 | Neer, neer-op (2x) | 1, 2-en, 3, 4-en | Rustige pop- en kampvuurliedjes |
| 3 | Neer, neer-op, op-neer-op | 1, 2-en, (3)-en, 4-en | Veel pop- en folkliedjes |
Bij stap 3 sla je tel 3 over: je hand gaat wel naar beneden, maar raakt de snaren niet. Lukt de wissel nog niet op tijd? Laat dan de laatste opslag voor de wissel op de losse snaren vallen. Zo heb je even tijd om je vingers te verplaatsen, en in een liedje hoor je dat nauwelijks.
Speel het patroon eerst met een metronoom op een laag tempo en verhoog het tempo pas als de wissels soepel gaan. Meer oefeningen voor de wissels zelf staan in sneller wisselen tussen gitaarakkoorden.
Met een capo de toonhoogte aanpassen
Met een capo verhoog je de toonhoogte van een liedje zonder dat je andere grepen hoeft te leren. Elke fret maakt het liedje een halve toon hoger. Staat er bij een liedje “capo 2”, zet de capo dan op de tweede fret en speel de grepen zoals ze in het schema staan.
| Capo op fret | Je speelt de greep | Het klinkt als |
|---|---|---|
| 2 | G | A |
| 2 | C | D |
| 3 | G | Bes |
| 4 | C | E |
| 5 | D | G |
Zo vind je de juiste plek voor jouw stem: zing het refrein, meestal het hoogste stuk, en de laagste regel van het couplet. Klinkt het te laag, schuif de capo dan een fret hoger. Is het te hoog, zet hem lager of haal hem eraf. Meer uitleg vind je in het gebruik van een capodastro.
Moet het liedje juist lager, dan transponeer je: je verschuift alle akkoorden evenveel stappen. Van C naar D wordt C bijvoorbeeld D, G wordt A, Am wordt Bm en F wordt G.
Meespelen met zang
Met zang erbij begin je het makkelijkst door de akkoorden eerst zo vaak te spelen dat je er niet meer over hoeft na te denken. Pas dan komt je stem erbij. Bouw het zo op:
- Speel het hele liedje met alleen een neerslag op tel 1 van elke maat.
- Neurie de melodie zachtjes mee.
- Spreek de tekst ritmisch uit terwijl je speelt.
- Zing de tekst, nog steeds met de eenvoudige aanslag.
- Voeg daarna het volledige aanslagpatroon toe.
Geef jezelf voor je inzet de begintoon: speel het eerste akkoord en neurie de eerste noot. Zo begin je niet te hoog of te laag. Meer tips staan in jezelf begeleiden op gitaar. Geschikte nummers om mee te beginnen vind je in makkelijke liedjes om te zingen en gitaar te spelen.
Verder lezen
- Makkelijke liedjes met 3 akkoorden: nummers waarmee je meteen kunt oefenen.
- Timing verbeteren bij zingen met gitaar: als je stem en je hand uit de maat raken.
- Barréakkoorden leren spelen: de volgende stap als je F en Bm volledig wilt spelen.
Veelgestelde vragen over liedjes spelen met akkoorden
Hoeveel akkoorden heb je nodig om liedjes te spelen?
Met drie of vier akkoorden kom je al ver. Veel popnummers draaien bijvoorbeeld om G, C, D en Em, of om C, G, Am en F.
Hoe weet je wanneer je van akkoord moet wisselen?
In een akkoordenschema wissel je op de lettergreep waar het nieuwe akkoord boven staat. Dat is meestal de eerste tel van een maat. Tel in het begin hardop mee, dan hoor je vanzelf waar de wissel valt.
Wat betekent capo 2 bij een liedje?
Dat je de capo op de tweede fret zet en daarna de grepen speelt zoals ze in het schema staan. Het liedje klinkt dan twee halve tonen hoger dan de grepen die je speelt. Een G-greep klinkt bijvoorbeeld als A.
Wat doe je als er een akkoord in een liedje staat dat je niet kent?
Zoek een makkelijke variant op, zoals Fmaj7 in plaats van F. Bij een akkoord met een schuine streep, zoals G/B, speel je gewoon het eerste deel. Lukt het nog niet, kies dan met een capo een toonsoort met grepen die je wel kent.
Wat is het verschil tussen een open akkoord en een barré-akkoord?
Bij een open akkoord klinken een of meer snaren open mee, zoals bij E majeur (022100). Bij een barré-akkoord druk je met je wijsvinger meerdere snaren tegelijk in, zoals bij F (133211). Daardoor kun je dezelfde greep over de hele hals verschuiven.
Hoe leer je zingen en gitaar spelen tegelijk?
Speel de akkoorden eerst tot ze automatisch gaan, met een eenvoudige aanslag. Neurie daarna mee, spreek de tekst ritmisch uit en zing pas daarna echt. Voeg het volledige aanslagpatroon als laatste toe.








Geef een reactie